Fotocollage, Gitta Overmaat
Alle tweelingen ontwikkelen naast hun persoonlijke identiteit ook een tweelingidentiteit. Dat is een complex gebeuren. Voor spiegeltweelingen kan het proces van persoonlijke ontwikkeling extra complex zijn vanwege hun fysieke en mentale spiegelingen. Het vergelijken met elkaar, waarbij de nadruk ligt op de overeenkomsten, kan leiden tot verwarring over de eigen identiteit. De karaktereigenschappen zullen vaak tegengesteld zijn. Bij evenbeeldige tweelingen zul je eerder dezelfde karaktereigenschappen tegenkomen. Bij de vorming van zowel de persoonlijke als de tweelingidentiteit onderscheiden wij grofweg de vijf volgende fasen: symbiose, scheiding, autonomie, synergie en afscheid. Deze indeling is niet per definitie lineair; niet alle spiegeltweelingen doorlopen alle fasen en ook niet altijd in deze volgorde .
Symbiose
In de vroege kinderjaren ervaren eeneiige spiegeltweelingen een gevoel van samensmelting. Ze worden niet alleen door zichzelf, maar ook door hun omgeving vaak als een eenheid gezien en niet als twee individuen. Deze fase benadrukt hun gedeelde spiegeltweeling identiteit. Er wordt eerder gelet op de overeenkomsten dan op de verschillen.
Differentiatie
Naarmate spiegeltweelingen ouder worden ontstaat de behoefte aan onderscheiding. Zij gaan zich realiseren dat ze afzonderlijke individuen zijn. In deze fase komen ook de eerste verschillen in karakter en gedrag naar voren. De behoefte aan (onder)scheiding kan daardoor nogal verschillend zijn. Hierdoor kunnen er spanningen ontstaan.
Autonomie
In deze fase ontwikkelen de spiegeltweelingen vooral hun eigen identiteit en staat de zoektocht naar onafhankelijkheid en zelfstandigheid centraal. Zij ontwikkelen hun eigen voorkeuren, talenten en sociale relaties, los van de ander. Zo vormen zij ieder hun verschillende waarden, kwaliteiten en vaardigheden. Deze zijn in mindere of meerdere mate gespiegeld ten opzichte van elkaar.
Synergie
In een latere fase, wanneer spiegeltweelingen hun eigen identiteit gevormd hebben, kan synergie ontstaan. Als zij begrijpen dat ze van elkaar verschillen en die verschillen ook waarderen, dan kunnen zij elkaar aanvullen. en zelfs versterken. Hun complementaire samenwerking creëert een meerwaarde en dat leidt tot een versterkend effect, waarbij het geheel meer is dan de som der delen: 1+1=3.
Afscheid
In deze fase is er één van de tweeling overleden door ziekte, een ongeluk of door ouderdom. De ander blijft alleen achter; een ingrijpend verlies, dat anders verloopt dan gewoon verlies. Het is een verlies dat diep ingrijpt in de identiteit van de overgeblevene. Je bent niet langer een tweeling maar een eenling. De achtergebleven tweelinghelft mist in deze fase de aanvullende kwaliteiten en vaardigheden van de ander. Een breuk kan ook ontstaan door ruzie of door een ernstige ziekte zoals dementie. Beide tweelinghelften zijn in leven maar er is geen echt contact meer. In dat geval ervaren beide tweelinghelften ook een intens gevoel van verlies.
Alle tweelingen ontwikkelen naast hun persoonlijke identiteit ook een tweelingidentiteit. Dat is een complex gebeuren. Voor spiegeltweelingen kan het proces van persoonlijke ontwikkeling extra complex zijn vanwege hun fysieke en mentale spiegelingen. Het vergelijken met elkaar, waarbij de nadruk ligt op de overeenkomsten, kan leiden tot verwarring over de eigen identiteit. De karaktereigenschappen zullen vaak tegengesteld zijn. Bij evenbeeldige tweelingen zul je eerder dezelfde karaktereigenschappen tegenkomen. Bij de vorming van zowel de persoonlijke als de tweelingidentiteit onderscheiden wij grofweg de vijf volgende fasen: symbiose, scheiding, autonomie, synergie en afscheid. Deze indeling is niet per definitie lineair; niet alle spiegeltweelingen doorlopen alle fasen en ook niet altijd in deze volgorde .
Symbiose
In de vroege kinderjaren ervaren eeneiige spiegeltweelingen een gevoel van samensmelting. Ze worden niet alleen door zichzelf, maar ook door hun omgeving vaak als een eenheid gezien en niet als twee individuen. Deze fase benadrukt hun gedeelde spiegeltweeling identiteit. Er wordt eerder gelet op de overeenkomsten dan op de verschillen.
Differentiatie
Naarmate spiegeltweelingen ouder worden ontstaat de behoefte aan onderscheiding. Zij gaan zich realiseren dat ze afzonderlijke individuen zijn. In deze fase komen ook de eerste verschillen in karakter en gedrag naar voren. De behoefte aan (onder)scheiding kan daardoor nogal verschillend zijn. Hierdoor kunnen er spanningen ontstaan.
Autonomie
In deze fase ontwikkelen de spiegeltweelingen vooral hun eigen identiteit en staat de zoektocht naar onafhankelijkheid en zelfstandigheid centraal. Zij ontwikkelen hun eigen voorkeuren, talenten en sociale relaties, los van de ander. Zo vormen zij ieder hun verschillende waarden, kwaliteiten en vaardigheden. Deze zijn in mindere of meerdere mate gespiegeld ten opzichte van elkaar.
Synergie
In een latere fase, wanneer spiegeltweelingen hun eigen identiteit gevormd hebben, kan synergie ontstaan. Als zij begrijpen dat ze van elkaar verschillen en die verschillen ook waarderen, dan kunnen zij elkaar aanvullen. en zelfs versterken. Hun complementaire samenwerking creëert een meerwaarde en dat leidt tot een versterkend effect, waarbij het geheel meer is dan de som der delen: 1+1=3.
Afscheid
In deze fase is er één van de tweeling overleden door ziekte, een ongeluk of door ouderdom. De ander blijft alleen achter; een ingrijpend verlies, dat anders verloopt dan gewoon verlies. Het is een verlies dat diep ingrijpt in de identiteit van de overgeblevene. Je bent niet langer een tweeling maar een eenling. De achtergebleven tweelinghelft mist in deze fase de aanvullende kwaliteiten en vaardigheden van de ander. Een breuk kan ook ontstaan door ruzie of door een ernstige ziekte zoals dementie. Beide tweelinghelften zijn in leven maar er is geen echt contact meer. In dat geval ervaren beide tweelinghelften ook een intens gevoel van verlies.
Fotocollages, Gitta Overmaat
Wil je meer hierover lezen?
Weergave van dit document wordt niet ondersteund door je browser. Klik hier om het document te downloaden.